Lodewijk Napoleon, aan het hof van onze eerste koning

Door: Thera Coppens

Toen Paleis Het Loo als museum in 1984 voor het publiek werd geopend, vonden de bezoekers daarin een reeks luxueus gemeubileerde stijlkamers die aan de hand van portretten een compleet overzicht geven van alle Oranje-Nassaus, die het bewind over ons land gevoerd hebben. Tussen de salon van stadhouder Willem V en die van koning Willem I gaapte echter een kloof van achttien jaren. Over wat er volgde op de vlucht van de laatste Oranjestadhouder in 1795 en wat er vooraf ging aan de inhuldiging van de eerste Oranjekoning in 1813 werd geen informatie gegeven. Dit hiaat was veel geïnteresseerden een doorn in het oog, want  hoewel de Oranjes in deze periode in ballingschap leefden en volledig afstand deden van hun rechten, speelden zich op Het Loo grote gebeurtenissen af. Het paleis was de residentie van illustere figuren uit de wereldhistorie zoals koning Lodewijk Napoleon en koningin Hortense de Beauharnais. Na hun vertrek verbleven keizer Napoleon en keizerin Marie-Louise enige tijd op het paleis (1811). De keizer bewonderde daar het interieur en de tuinen, die door koning Lodewijk waren gemoderniseerd. 

louis

‘We hoopten dat er ooit een tentoonstelling aan het koninkrijk Holland kon worden gewijd,’ zegt conservator Paul Rem, ‘Het jaar 2006 – precies tweehonderd jaar nadat koning Lodewijk van Holland zijn intocht hield – was daarvoor het aangewezen jaar. We dachten: nu of nooit.’

Het resultaat was t/m 21 januari 2007 te zien op Paleis Het Loo.

Was er uit deze veronachtzaamde periode uit onze historie (1806-1810) nog iets terug te vinden in de depots van het Koninklijk Huis? Paul Rem die een inventaris samenstelde van al het meubilair op Het Loo telde ca 5000 stukken. Ruim 90 %  had toebehoord aan verschillende Oranjes en kon in oude hofinventarislijsten worden teruggevonden. Van de resterende objecten was echter niets bekend. Waar kwamen de stoelen met hun gotisch aandoende opengewerkte rugleuningen vandaan? Wie had de blauwe fauteuil of bergère laten maken waarvan de armleuningen versierd zijn met een sierlijke zwanenhals, het embleem van keizerin Joséphine de Beauharnais? De kantelbare toiletspiegel of pyché, het met vuurverguld brons beslagen vuurscherm, de mahoniehouten secrétaire abattant  (schrijfmeubel met klep) de trumeau (wandtafel) wezen allemaal in de richting van Frankrijk. Op de onderkant werd soms een brandmerk aangetroffen van een gekroonde L. Betekende die L dat het meubel thuishoorde op ’s konings Loo? Bij het doornemen van archiefstukken in Parijs kwam de onderzoeker tot een andere conclusie: de genoemde empire meubelen waren achtergelaten door koning Lodewijk, die vier jaar over het koninkrijk Holland regeerde en toen abdiceerde ten behoeve van zijn zoon en opvolger koning Lodewijk II. Het was een enerverend bewind geweest, een regeringsperiode die op velerlei gebieden sporen naliet in de historie en kunsthistorie van ons koninkrijk.

De meeste mensen weten over koning Lodewijk Napoleon bijna alleen dat hij mank liep (‘Lamme Loetje’) en zichzelf ‘Konijn van Olland’ noemde. Over zijn gemalin Hortense weet men te vertellen dat ze haar man bedroog en een hekel had aan Holland. Paul Rem zegt: ‘We gaan nu eenmaal altijd uit van karikaturen, we zoeken schandalen zoals: ‘Koning I had een koopmansgeest en was zuinig en Willem II smeet het geld over de balk en maakte schulden.’ Maar er is zoveel meer. In deze tentoonstelling zoeken we aansluiting op wat de bezoekers over hen denken en wat ze in werkelijkheid deden.’ 

suikerpotHort

Louis Bonaparte kwam in 1778 op Corsica ter wereld. Zijn vader stierf jong en Louis werd onder de hoede van zijn acht jaar oudere broer Napoleon opgeleid aan de artillerieschool. Napoleon schreef over hem naar hun oudste broer: ‘Hij studeert, leert Frans schrijven. Ik onderricht hem in wiskunde en aardrijkskunde. Hij leest geschiedenis. Hij zal een voortreffelijk mens worden. (..) Ik zie in hem de beste van ons vieren.’

Na de Franse Revolutie (1789) raakte Frankrijk in de greep van de Terreur en de anarchie. Het was de jonge Napoleon Bonaparte die zich in Parijs ontpopte als ordestichter: met harde hand maakte hij een einde aan de bloedige opstand van het gepeupel en greep de macht. Hij herstelde de rust en de economie en behaalde met het Franse leger een reeks schitterende overwinningen. Tijdens de Italiaanse veldtocht maakte de jonge, gevoelige Louis kennis met de verschrikkingen van de oorlog, die hem mentaal en fysiek onherstelbare schade toebrachten. Hij liep er bovendien een venerische ziekte op, waarvan hij de rest van zijn leven in allerlei kuuroorden en bij kwakzalvers genezing trachtte te vinden. De grote Egyptische veldtocht verhief Napoleon in de ogen der Fransen tot een held en gesteund door een sterk propaganda apparaat bracht hij het bij terugkeer in Frankrijk tot Eerste Consul. Napoleon trouwde met de weduwe Joséphine de Beauharnais die twee kinderen uit haar eerste huwelijk meebracht; haar dochter droeg de naam van een nieuwe, exotische bloem: Hortense. Toen Joséphine niet in staat bleek Napoleon kinderen te schenken, besloot zij in het belang van de opvolging Hortense uit te huwelijken aan haar zwager Louis. Louis was somber,  intelligent maar volkomen gefrustreerd. De blijmoedige Hortense kwam net van het meisjespensionaat en was het toonbeeld van onschuld. Ze speelde harp en pianoforte, ze danste en zong, acteerde en ontpopte zich als de beste leerlinge van de schilder J.B. Isabey. Haar levenslust werd door Louis vanaf de eerste dag van hun huwelijk gedempt; hij beschouwde het als uiting van lichtzinnigheid. Na negen maanden bracht Hortense de vurig verlangde zoon ter wereld: Napoleon – Charles. In 1804, vlak voor Napoleon zichzelf en Joséphine tot keizer en keizerin van Frankrijk kroonde, kwam een tweede zoon ter wereld: Napoleon – Louis. Alle zeven broers en zusters Bonaparte kregen nu  koninkrijken en hertogdommen. Voor Louis creëerde keizer Napoleon het Koninkrijk Holland. Hortense schreef haar broer: ‘Geloof je echt dat men ons naar Holland wil sturen? Ik kan er niet aan denken zonder dat de tranen in mijn ogen springen. Mijn God, ik zal ik zal er nog van verdriet aan sterven!’ 

In de zomer van 1810 hielden koning Lodewijk, koningin Hortense en de beide prinsjes gehoorzaam hun intocht in Den Haag. Omdat het koninkrijk Holland geen monarchale traditie kende met het daarbij behorende decorum, moest Lodewijk alles naar Frans model opbouwen. De ouderwetse interieurs van de krappe Oranjepaleizen werden door veelal Franse kunstenaars in de strakke stijl van het keizerrijk, de empire, verbouwd en opnieuw gemeubileerd en gestoffeerd.

Voor de inrichting van de tentoonstelling op Het Loo maakte de samensteller niet alleen gebruik van de verrassende vondsten in de eigen collectie, het Paleis op de Dam en particuliere verzamelingen. Hij kreeg ook objecten in bruikleen van Franse musea zoals het Louvre, Fontainebleau, Malmaison en de Fondation Napoléon. Het resultaat tovert ons in o.a. porselein, zilver, meubilair, ornamentiek, mode en muziek een tijdperk voor ogen, dat tot voor kort onderbelicht bleef. Aan de spaarzame uitingen in de kunst ging men snel voorbij. Deze vorstelijke tentoonstelling brengt daar verandering in: Paul Rem spreekt bevlogen over de empire met zijn ‘koele droogheid die nooit saai is’ en hij roemt ‘het repeterende, dat verhevene, dat consequente.’

We zien dat de empire bijna een kopie is van de klassieke Oudheid, wat te danken is aan archeologische vondsten bij Herculaneum en Pompei uit die tijd. Fantasiefiguren als sfynxen, griffioenen en kariatiden drongen de salons binnen om stoelpoten, tafelbladen en armleuningen op te sieren.

schrijfzetportretjes

Koningin Hortense heeft maar weinig plezier gehad van de luxe paleizen. Ze verbleef in totaal slechts zeven maanden in ons land. In 1807 overleed de vierjarige kroonprins op Huis Ten Bosch en ze vertrok overmand door verdriet naar Frankrijk om te herstellen. Lodewijk voegde zich bij haar en ze raakte voor de derde maal zwanger. Omdat de artsen de verzwakte reine de Hollande verboden te reizen, bracht ze Louis Napoleon (de latere keizer Napoleon III) aan het keizerlijk hof ter wereld. In 1810 keerde Hortense terug in het koninkrijk Holland. Na haar verblijf in de paleizen in Utrecht en Amsterdam vluchtte ze in de zomer van dat jaar via Het Loo voorgoed naar Frankrijk. Kort daarna werd het land door Napoleon bij het Franse keizerrijk ingelijfd. Koning Lodewijk was met onbekende bestemming vertrokken. Aan zijn ongelukkige huwelijksleven kwam definitief een einde. Hortense was tot dan toe een trieste, trouwe echtgenote gebleven maar de roddel bleef haar twee eeuwen lang achtervolgen. Op de tentoonstelling verschijnt ze o.m. als componiste (ze schreef meer dan 140 romances en ontving in ballingschap o.a. Liszt) als moeder en als koningin. In haar omvangrijke mémoires heeft ze haar avontuurlijk leven beschreven.     

Op de zolder van het paleis op de Dam vond Paul Rem zeer on-Franse objecten: twee koperen beddenpannen. Onder een dikke laag vuil kwamen de gekroonde H en L tevoorschijn. Menselijke herinnering aan het eerste koning en koningin van Holland, die op de tentoonstelling op Het Loo terecht eindelijk de waardering krijgen die ze verdienen.

Thera Coppens

Uit: Museumtijdschrift Vitrine november/december 2006