Tagarchief: Exhibition

Fris en Rein aan het hof

Frits Abrahams schreef een colomn “In Apeldoorn zag ik een bidet die ik zó naar huis had willen meenemen. Maar het mocht niet, omdat hij (een bidet mag je overigens ook ‘het’ noemen)  eigendom was van Paleis Het Loo. Daar stond hij als onderdeel van de pas geopende tentoonstelling ‘Fris en rein aan het hof, vorstelijk toiletgerei uit de negentiende eeuw’”.

Deze tentoonstelling was te danken aan prins Willem-Alexander, die samen met de Verenigde Naties het jaar 2008 heeft uitgeroepen tot het ‘Internationaal Jaar van de Sanitatie’. Het woord sanitatie komt in mijn Nederlandse woordenboeken niet voor, het klinkt gevaarlijk Engels, maar we kunnen toch moeilijk van de prins verwachten dat hij 2008 had uitgeroepen tot het ‘Internationaal Jaar van de WC’. De bidet waarover ik begon, was omstreeks 1820 het eigendom geweest van Anna Paulowna, grootvorstin van Rusland en echtgenote van koning Willem II. Zij hechtte zeer aan hygiëne – het wordt met nadruk vermeld, alsof het om een destijds opvallende eigenaardigheid ging. Elke morgen nam zij wisselbaden met heet water en ijs.

Haar bidet was vooral een ingenieus stoeltje. Hij had een rugleuning die met leer bekleed was, zodat de vorstin geriefelijk onderuit kon zakken. Als ze de bidet niet voor haar hygiëne gebruikte, kon ze er een compleet stoeltje van maken door op het zitgedeelte een losse, eveneens leren, deksel te leggen.

Voor de koninklijke bips waren gouden jaren aangebroken.

Er is op deze tentoonstelling uiteraard veel meer te zien. Speciale wastafels met lampetstellen, 29-delige toiletserviezen, scheerspiegels, toilettafels van de mooiste soorten hout, noem maar op. Allemaal voortreffelijke zaken die vooral aan het begin van de tentoonstelling staan opgesteld. Maar de mens is een obsceen wezen en je ziet zijn fascinatie toenemen naarmate de bidets, de kamergemakken en de stilletjes in het achterste gedeelte naderen.

Als alert verslaggever mocht ik te midden van een groepje enthousiaste middelbare vrouwen noteren: „Het lijkt wel een naaidoosje” en „Daar pas je met een dikke reet niet op.”

De aandacht betrof een inderdaad schitterend kamergemak van prinses Wilhelmina van Pruisen: een mahoniehouten doos op elegante poten met een daarin verzonken porseleinen pot en een opklapbaar deksel. Je kunt zoiets gewoon een plee noemen, maar dan ontgaat je de subtiliteit van het woord kamergemak. Daar kan zelfs het woord sanitatie niet tegenop.

Mij moet van het hart dat de sanitaire meubelen van de vorstelijke heren een minder verfijnde indruk maken. Hun kamergemakken waren monumentale empire armstoelen, waarvan de zitting ruw kon worden opengeklapt zodat een grote pot – meer een soort emmer – de mannelijke behoefte kon ontvangen.

En dán, vroeg ik me even af. Riolering was er nog niet, de ontlasting moest ‘handmatig’ in een beerput ergens in de tuin gekieperd worden, las ik. Ik bedoel: wat deden de koning en de prinses als zij hun sanitatie tot een goed einde hadden gebracht? Schelden zij onmiddellijk hun kamerdienaar en wezen zij hem op zijn plicht met een kort knikje naar de opengeklapte stoel met de wellicht nog dampende pot eronder?
Dat vermeldt zo’n tentoonstelling natuurlijk niet. Maar dat hoeft ook niet. De menselijke fantasie doet wonderen op deze tentoonstelling.

Dit verhaal is geplaatst op woensdag 13 februari 2008 om 12:47 uur.

 

Fris en rein aan het hof

In Paleis Het Loo was van 9 februari tot en met 4 mei 2008 de tentoonstelling “Fris en rein aan het hof; vorstelijk toiletgerei uit de negentiende eeuw” te zien. Centraal in deze expositie stonden voorwerpen die in de Nederlandse paleizen werden gebruikt voor de persoonlijke hygiëne. Aanleiding was het uitroepen door de Verenigde Naties van 2008 tot Internationaal Jaar van de Sanitatie.
In de collectie van Het Loo worden talrijke intieme en minder intieme objecten bewaard die vanaf het begin van de 19de eeuw gebruikt zijn bij de lichamelijke verzorging: toilettafels, bidets, zitbaden, kamergemakken, scheerstandaards en lampetstellen, in alle soorten en maten. Ze geven een beeld van de ontwikkeling van sanitaire voorzieningen, van het traditionele kamergemak (de po, verstopt in een elegante armstoel), tot het eerste, ten tijde van koning Willem III aan het hof geïntroduceerde, draagbare spoeltoilet met ‘moderne’ pomp.
Het nemen van een bad werd in de vroege 19de eeuw populair, vooral in de hogere kringen. De koninklijke familie en leden van de hofhouding gebruikten zinken zitbaden, die aan de buitenkant echte meubels leken door beschildering in hout. Voor de jonge koningin Wilhelmina werden betegelde badkamers met stromend water voor bad en douche ingericht. Speciale wastafels met lampetstellen dienden voor de dagelijkse wasbeurt. Lodewijk Napoleon liet de Hollandse hovelingen kennismaken met het typisch Franse ‘bidet’. Dat van zijn vrouw koningin Hortense is op Het Loo bewaard gebleven. Opmerkelijk is het bidet van koningin Anna Paulowna, waarbij in de rugleuning reukflesjes werden opgeborgen. Koninginnen en prinsessen maakten zich mooi aan de toilettafel, die soms schuil ging achter een wolk van tule, of ‘toile’, waarvan het woord toilet is afgeleid. De toiletserviezen waren van kristal of aardewerk, bestaande uit parfumflesjes, poederdoosjes, borstelbakjes en houders voor ringen. De kostbare zilveren en gouden toiletserviezen van Anna Paulowna en koningin Wilhelmina, door de Koninklijke Verzamelingen te Den Haag in bruikleen afgestaan, behoorden traditioneel tot de vorstelijke geschenken bij geboorte of huwelijk.
Tezamen met de ontwerpen voor koninklijke badkamers, bouwtekeningen voor de aanleg van riolering op Het Loo en toiletpapier dat Willem III voor de Nederlandse paleizen uit Engeland liet invoeren, gaf de tentoonstelling een boeiend overzicht van de sanitaire voorzieningen aan het Nederlandse hof.

Het ledikant des Konings

November 2000, Expositie Paleis Het Loo – Koninklijk slapen.

Het mahoniehouten staatsiebed van koning Willem I, het hemelbed in Lodewijk XVI-stijl van koningin Emma en het Empire-ledikant van koningin Wilhelmina, ze laten allemaal wat zien van de wijze waarop het Huis van Oranje in het verleden de nacht doorbracht. Al die bedden zijn bijeengebracht op een interessante tentoonstelling in Paleis Het Loo in Apeldoorn onder regie van Paul Rem. Dat wil onder de titel ‘Het ledikant des Konings’ een indruk geven van het koninklijk slaapkamermeubilair uit de 19de eeuw. Duidelijk wordt dat het meubelontwerp in deze tijd geen echte vaste stijlontwikkeling doormaakt. Er staan op de tentoonstelling de meest uiteenlopende slaapkamerameublementen, van een eenvoudig veldbed dat koning Willem II tijdens de Belgische Opstand gebruikte tot het curieuze ameublement van koning Willem II dat in Noord-Italië met veel gevoel voor luxe en rijke decoratie werd gemaakt. Er zijn niet alleen bedden te zien, ook kleedspiegels, scheerstandaards en commodes met toiletserviezen, ooit gebruikt door inwonende hovelingen, trekken de aandacht.

At the court of Louis-Napoléon

Paris, Institut Néerlandais, from October 10, 2007 to November 18, 2007

François Gérard (1770-1837) Louis Napoléon Bonaparte Oil on canvas - 200 x 145 cm Fontainebleau, Musée national du château
François Gérard (1770-1837)
Louis Napoléon Bonaparte
Oil on canvas – 200 x 145 cm
Fontainebleau, Musée national du château

Louis Napoléon (1778-1846) reigned on the throne in Holland for only four years, acceeding in 1806 before the age of thirty. Stendhal, who experienced life during the Empire and included his impressions in his novels later, would say : “Nouvelle France, jeune France”.

About a hundred objects and images, paintings, drawings as well as engravings, arranged in a delicate staging at the Institut néerlandais succeed in evoking this brief but important reign, at once unfortunate and fruitful. The exhibition presents a large number of clocks with themes :The Horaces by David, Télémachusby Fénelon thus ironically reminding us that although the former Low-Countries ran on Parisian time, a new Caesar still set the clocks. In fact, Napoleon I appears on one of the timepieces. His elegantly pleated toga emphasizes the pose borrowed from Praxiteles and the helmet at his side immediately provides the meaning of the allegory. In return for making his brothers and sisters the new sovereigns of a French Europe, Napoleon expected authority and submission : authority over the people they were to “win over”, in his words, without “cajoling” them, also an expression of the times ;submission to his person and his grand vision. The thesis of Frédéric Masson who published his famous Napoléon et sa famille (Napoleon and his family) in 1897, today seems a bit short-sighted. According to the author French imperialism was above all an attempt to break the “napoléonides” (relatives) and satisfy their appetite to be princes or kings. This is the theory of the greedy clan, dear to Sacha Guitry, and which still has its followers….Looking back, it is now easy to see the ambiguities, the achievements and the failures of Napoleon’s European policy. The “large projet” that Las Cases mentions in his Mémorial is a result of French expansionism by the Republic under the Directoire, the period in which the French flag entered Dutch territory establishing the Batavian Republic, and with it the departure of the Duke of Orange. Ten years later, Napoleon decided to strengthen his power over the country and installed Louis. But the younger brother entered into direct conflict with the Emperor, who did not see eye to eye with him on how to impose imperial rule over local traditions and freedoms. After various clashes documented in the correspondence between the two brothers, Louis was called back to France in the summer of 1810. Three months earlier, Caesar had married Marie-Louise of Austria and thought perhaps for a fleeting instant he had at last become the master of Europe.

France, c. 1818 Clock Napoléon as Caesar bought for the Palace of Dam Bronze, marble, enamel - 81 x 51 x 24 cm La Haye, Koninhliijke Verzamelingen
France, c. 1818
Clock Napoléon as Caesar bought for the Palace of Dam
Bronze, marble, enamel – 81 x 51 x 24 cm
La Haye, Koninhliijke Verzamelingen

The idea of a “concentration” of different peoples under his inflexible scepter, more even than a consequence of the Revolution or of his conflict with England, was thus largely due to his lust for power. Seen from the elder’s viewpoint, Louis appears less concerned by personal glory than by his quest for political stability and good management. An assidous reader and writer, married to the beautiful Hortense, who the exhibition shows was a gifted writer and painter, the king of Holland had various castles lavishly decorated, in different cities and around the countryside. Convinced that he should work hand in hand with the people that had welcomed him, the furniture that Louis chose to surround him was not exclusively brought from Paris. Still, museum-goers will not be surprised to see works by Biennais, Jacob-Desmalter and other famous names from the French capital. The large chandeliers from the Royal Palace in Amsterdam are more rare, as is the magnificent City Hall transformed by the decoration of French bees. The show thus evokes this great decorative élan, including gardens and religious practices, and features also some masterpieces in painting, miniatures and sculpture : to mention just a few, Girodet – from whom Louis took drawing classes around 1801 on David’s recommendation – Gérard, Isabey, Laurent father and Cartellier. These names reflect the quality of the exhibition which also cannot help but remind us of the forgotten sources of the European Union, so out of grace at the moment.

Paul Rem and Georges Sanders, Louis-Napoléon. Premier roi de Hollande (1806-1810), Walburg Pers, 2007, 120 p., 20 €. ISBN : 978-90-5730-483-5.

 

 

 

Ontplofte poefs en gouden tronen

Expositie: Ontplofte poefs en gouden tronen

De omvangrijkste meubelcollectie van Nederland wordt gekoesterd in Paleis Het Loo. In de westvleugel van dit paleis werd in 2003 de grote expositie ‘Wonen in Weelde’ over paleismeubilair uit de 19e eeuw gehouden. Te zien waren representatieve ‘staatsiemeubelen’ en comfortabele stukken die voor de privé-vertrekken werden aangeschaft. De meeste meubelstukken en klokken, want Het Loo bezit ook een groot aantal spectaculaire goudvergulde pendules, dateren uit de periode 1807-1914. In de Napoleontische tijd vonden de eerste meubelleveranties aan koning Lodewijk Napoleon plaats en met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog kwam een einde aan het 19e-eeuwse hofleven en aan de leveranties van plechtstatige meubelen in historische stijlen.

‘Het gaat om het topje van de ijsberg. We hebben zo’n 2600 meubelen onder beheer, merendeels van Het Loo maar ook afkomstig uit andere paleizen, zelfs uit ‘onze’ Belgische voor zover we die na de ‘Belgische revolutie’ terugkregen. Je kunt je voorstellen dat koningin Wilhelmina op een zeker moment een paar oude stoelen beklemmend lelijk vond. De hofdame die haar verloste van de overbodige meubelen gaf ze niet weg of liet ze niet verbranden. Zij nam geen enkel risico en gaf opdracht ze naar de onafzienbare paleiszolders te brengen. Wij selecteerden uit deze immense hofcollectie de honderd uitzonderlijke 19e-eeuwse stukken. Voor ‘Wonen in Weelde’ werd hiervan gedurende de laatste vijf jaar niet minder dan de helft gerestaureerd.’

Conservator Paul Rem (zie foto rechtsboven) kent inmiddels de geschiedenis van de meeste meubelen en klokken. Hij kan boeiend vertellen over de donkere Italiaanse meubelen in 17e-eeuwse stijl die koning Willem III tijdens een reis ‘en gros’ bestelde voor Het Loo. Het ging deze koning niet om één aardig stuk maar om 200 exemplaren! Hij wilde de lange paleisgangen van zijn lievelingspaleis vullen en daar waren de rijk gesneden buffetkasten met vooruitspringende, geknielde en geketende negerslaven in ebbenhout uitermate geschikt voor. Paul Rem: ‘De meubelen op ‘Wonen in Weelde’ zijn deels van het type waaraan men zich op wereldtentoonstellingen vergaapte: uitzonderlijk groot en vaak gemaakt van zeldzame materialen. Soms gekocht maar ook soms geschonken door buitenlandse vorsten.’

Heersersstijl
‘Daarnaast tonen we verguld paleismeubilair gemaakt voor de residentie dat diende om te imponeren. Zo kreeg de jonge koningin Wilhelmina als geschenk bij haar troonopvolging in 1898 niet een elegante damesstoel volgens de laatste mode, maar een kloeke gouden zetel in Lodewijk XIV-stijl. Koningin-moeder Emma wilde geen ‘weke stijl’ voor haar dochter, maar een historische ‘drager van betekenis’, een mannelijke heersersstijl. Tenslotte vertelt zo’n troon een verhaal en daarom zocht je hem zorgvuldig uit. En de machtige Franse Zonnekoning Lodewijk XIV en zijn tijdgenoot en politieke tegenspeler prins Willem III (bouwheer van Het Loo!), waren geweldige figuren om aan te refereren, met als resultaat dit bijzondere parademeubel.’

Inmiddels houdt de samensteller van de grote najaarstentoonstelling een mahoniehouten stoeltje ondersteboven. Bijna alle stoelen in paleis Het Loo blijken voorzien te zijn van een brandmerk of een etiket. De nieuwe monarchie nam in de persoon van koning Willem I de Franse gewoonte over om zo de meubelen te merken. Want zijn voorganger, de eerste koning van Holland, Napoleons broer Lodewijk Napoleon, meende dat ná hem zijn nageslacht het in Nederland voor het zeggen zou krijgen. Hij liep daarop vooruit door in ons land net als op bijvoorbeeld Château de Versailles onderscheidt te maken tussen meubelen van de staat en persoonlijke eigendommen. Paul Rem onderzocht als eerste de verschillende koninklijke boedels en de bijbehorende brandmerken met als resultaat, dat ‘de stukjes op de goede plek vielen’.

Zomerresidentie
Op de vraag waarom Lodewijk Napoleon zich thuis voelde op Het Loo antwoordt conservator Paul Rem: ‘Voor een Fransman was dit jachtslot dé enige koninklijke behuizing in ons land. Hier had je lanen, paviljoens, tuinen en het lag ook nog aan de weg van Londen naar Moskou! Je had dus goede wegen en onderweg pleisterplaatsen. Huis ten Bosch was bovendien veel te klein en paleis Noordeinde, nog niet verbouwd tot echt winterpaleis, lag midden in de stad. Apeldoorn lag aan de rand van de tuin van Nederland. Je kwam er tot rust. Lodewijk Napoleon knapte de zomerresidentie op, wijzigde de verwaarloosde tuinen, liet het paleis volgens de laatste mode witpleisteren en tussen 1807 en 1810 opnieuw inrichten. Het ging o.a. om kostbare meubelen in empirestijl voorzien van verguld brons en om eenvoudiger meubelen voor de dienstvertrekken waarvan het grootste deel kan worden omschreven als ‘veel van hetzelfde’. Ook voorzag hij het ‘nieuwe’ neoclassicistische paleis van verguld bronzen pendules. De oude meubelen trof hij niet aan, want in 1796, nadat de Oranjestadhouder prins Willem V naar Engeland vluchtte, vond in Den Haag een veiling van de paleisinventaris plaats.’

Bizar
Het is niet zo, dat alle meubelen en klokken op ‘Wonen in Weelde’ typische lelijke tijd voorwerpen zijn. Deze stijlperiode omvat de jaren 1830-1890 en de verrassende, al of niet Nederlandse objecten op de expositie in Apeldoorn dateren van voor en na deze tijd.

Bijna nergens zijn nog de lage stoeltjes te zien die lijken op ‘ontplofte poefs met tulbanden’. Dergelijke bizarre meubelstukken werden later meestal lachend weggegooid, maar op Het Loo zijn ze bewaard, gerestaureerd en nu weer voor het eerst te zien. Ze zijn in het gezelschap van pendules die qua formaat en decoratie beslist van koninklijke allure zijn en van een bonte collectie canapés, toilettafels en kasten, waartoe Japanse meubelen met lakwerk behoren. Deze voorzag een kundig ambachtsman soms van een bruggetje. Echt praktisch waren dergelijke exotische ‘showmeubelen’ niet, maar hofmeubelen dienden ook niet om iets in op te bergen.

25 november 2003
Bron: Telegraaf