Ontplofte poefs en gouden tronen

Expositie: Ontplofte poefs en gouden tronen

De omvangrijkste meubelcollectie van Nederland wordt gekoesterd in Paleis Het Loo. In de westvleugel van dit paleis werd in 2003 de grote expositie ‘Wonen in Weelde’ over paleismeubilair uit de 19e eeuw gehouden. Te zien waren representatieve ‘staatsiemeubelen’ en comfortabele stukken die voor de privé-vertrekken werden aangeschaft. De meeste meubelstukken en klokken, want Het Loo bezit ook een groot aantal spectaculaire goudvergulde pendules, dateren uit de periode 1807-1914. In de Napoleontische tijd vonden de eerste meubelleveranties aan koning Lodewijk Napoleon plaats en met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog kwam een einde aan het 19e-eeuwse hofleven en aan de leveranties van plechtstatige meubelen in historische stijlen.

‘Het gaat om het topje van de ijsberg. We hebben zo’n 2600 meubelen onder beheer, merendeels van Het Loo maar ook afkomstig uit andere paleizen, zelfs uit ‘onze’ Belgische voor zover we die na de ‘Belgische revolutie’ terugkregen. Je kunt je voorstellen dat koningin Wilhelmina op een zeker moment een paar oude stoelen beklemmend lelijk vond. De hofdame die haar verloste van de overbodige meubelen gaf ze niet weg of liet ze niet verbranden. Zij nam geen enkel risico en gaf opdracht ze naar de onafzienbare paleiszolders te brengen. Wij selecteerden uit deze immense hofcollectie de honderd uitzonderlijke 19e-eeuwse stukken. Voor ‘Wonen in Weelde’ werd hiervan gedurende de laatste vijf jaar niet minder dan de helft gerestaureerd.’

Conservator Paul Rem (zie foto rechtsboven) kent inmiddels de geschiedenis van de meeste meubelen en klokken. Hij kan boeiend vertellen over de donkere Italiaanse meubelen in 17e-eeuwse stijl die koning Willem III tijdens een reis ‘en gros’ bestelde voor Het Loo. Het ging deze koning niet om één aardig stuk maar om 200 exemplaren! Hij wilde de lange paleisgangen van zijn lievelingspaleis vullen en daar waren de rijk gesneden buffetkasten met vooruitspringende, geknielde en geketende negerslaven in ebbenhout uitermate geschikt voor. Paul Rem: ‘De meubelen op ‘Wonen in Weelde’ zijn deels van het type waaraan men zich op wereldtentoonstellingen vergaapte: uitzonderlijk groot en vaak gemaakt van zeldzame materialen. Soms gekocht maar ook soms geschonken door buitenlandse vorsten.’

Heersersstijl
‘Daarnaast tonen we verguld paleismeubilair gemaakt voor de residentie dat diende om te imponeren. Zo kreeg de jonge koningin Wilhelmina als geschenk bij haar troonopvolging in 1898 niet een elegante damesstoel volgens de laatste mode, maar een kloeke gouden zetel in Lodewijk XIV-stijl. Koningin-moeder Emma wilde geen ‘weke stijl’ voor haar dochter, maar een historische ‘drager van betekenis’, een mannelijke heersersstijl. Tenslotte vertelt zo’n troon een verhaal en daarom zocht je hem zorgvuldig uit. En de machtige Franse Zonnekoning Lodewijk XIV en zijn tijdgenoot en politieke tegenspeler prins Willem III (bouwheer van Het Loo!), waren geweldige figuren om aan te refereren, met als resultaat dit bijzondere parademeubel.’

Inmiddels houdt de samensteller van de grote najaarstentoonstelling een mahoniehouten stoeltje ondersteboven. Bijna alle stoelen in paleis Het Loo blijken voorzien te zijn van een brandmerk of een etiket. De nieuwe monarchie nam in de persoon van koning Willem I de Franse gewoonte over om zo de meubelen te merken. Want zijn voorganger, de eerste koning van Holland, Napoleons broer Lodewijk Napoleon, meende dat ná hem zijn nageslacht het in Nederland voor het zeggen zou krijgen. Hij liep daarop vooruit door in ons land net als op bijvoorbeeld Château de Versailles onderscheidt te maken tussen meubelen van de staat en persoonlijke eigendommen. Paul Rem onderzocht als eerste de verschillende koninklijke boedels en de bijbehorende brandmerken met als resultaat, dat ‘de stukjes op de goede plek vielen’.

Zomerresidentie
Op de vraag waarom Lodewijk Napoleon zich thuis voelde op Het Loo antwoordt conservator Paul Rem: ‘Voor een Fransman was dit jachtslot dé enige koninklijke behuizing in ons land. Hier had je lanen, paviljoens, tuinen en het lag ook nog aan de weg van Londen naar Moskou! Je had dus goede wegen en onderweg pleisterplaatsen. Huis ten Bosch was bovendien veel te klein en paleis Noordeinde, nog niet verbouwd tot echt winterpaleis, lag midden in de stad. Apeldoorn lag aan de rand van de tuin van Nederland. Je kwam er tot rust. Lodewijk Napoleon knapte de zomerresidentie op, wijzigde de verwaarloosde tuinen, liet het paleis volgens de laatste mode witpleisteren en tussen 1807 en 1810 opnieuw inrichten. Het ging o.a. om kostbare meubelen in empirestijl voorzien van verguld brons en om eenvoudiger meubelen voor de dienstvertrekken waarvan het grootste deel kan worden omschreven als ‘veel van hetzelfde’. Ook voorzag hij het ‘nieuwe’ neoclassicistische paleis van verguld bronzen pendules. De oude meubelen trof hij niet aan, want in 1796, nadat de Oranjestadhouder prins Willem V naar Engeland vluchtte, vond in Den Haag een veiling van de paleisinventaris plaats.’

Bizar
Het is niet zo, dat alle meubelen en klokken op ‘Wonen in Weelde’ typische lelijke tijd voorwerpen zijn. Deze stijlperiode omvat de jaren 1830-1890 en de verrassende, al of niet Nederlandse objecten op de expositie in Apeldoorn dateren van voor en na deze tijd.

Bijna nergens zijn nog de lage stoeltjes te zien die lijken op ‘ontplofte poefs met tulbanden’. Dergelijke bizarre meubelstukken werden later meestal lachend weggegooid, maar op Het Loo zijn ze bewaard, gerestaureerd en nu weer voor het eerst te zien. Ze zijn in het gezelschap van pendules die qua formaat en decoratie beslist van koninklijke allure zijn en van een bonte collectie canapés, toilettafels en kasten, waartoe Japanse meubelen met lakwerk behoren. Deze voorzag een kundig ambachtsman soms van een bruggetje. Echt praktisch waren dergelijke exotische ‘showmeubelen’ niet, maar hofmeubelen dienden ook niet om iets in op te bergen.

25 november 2003
Bron: Telegraaf