‘Historie tot leven brengen is een dankbaar métier’

Dr. Paul Rem

Interview in Speakers Academy Magazine 2015           Download PDF versie

Kunsthistoricus dr. Paul Rem wil als conservator met authentieke meubelstukken en toebehoren een verhaal vertellen over hoe het leven op Paleis Het Loo er door de eeuwen heen heeft uitgezien. Het is zijn missie verleden en heden te verbinden, zodat bezoekers van het museum zich herkennen in wat ze zien en er ook nu nog wat mee kunnen. “Voor hen doen we het allemaal, hen willen we blij maken”, zegt Rem, die na ruim twintig jaar zijn enthousiasme nog steeds graag deelt. In het museum, maar ook op tv en tijdens lezingen.

Magazine_2015_paul-rem_page2_image1

“Ik houd ervan iets levends te vertellen over dode dingen, want ik heb geen enkele illusie dat de verzameling die ik koester, mijn geliefde 3.000 meubelen, op zichzelf enig enthousiasme opwekt. Weinigen lopen daar sinds de jaren zeventig, toen er brede aandacht was voor antiek en het meubel, nu nog warm voor. Het kan ook anders! Door de passende objecten erbij te zoeken kan ik het meubel in zijn samenhang laten zien en vertelt het een verhaal waarin mensen wel zijn geïnteresseerd, vooral als er raakvlakken zijn met het heden. Daarom probeer ik belangstellenden in begrijpelijke taal iets over vroeger mee te geven dat hen nog steeds kan boeien, omdat het ook nu zinvol is”, zegt kunsthistoricus dr. Paul Rem in de prachtige ambiance van het ruim 300 jaar oude Paleis Het Loo in Apeldoorn, waar hij conservator is van de deelcollecties meubelen, goud en zilver, interieurtextiel en sculpturen.
Hij is opgeleid voor de monumentenzorg, maar eenmaal afgestudeerd levert hem dat geen baan op. “Geen probleem. De architectuur is de moeder aller kunsten en meubelen zijn daarvan een direct aftreksel.” Paul Rem studeert af op de negentiende-eeuwse verbouwing van Paleis Soestdijk. “Als kind fascineerde het mij al dat er een familie is die voorrechten en privileges schijnt te hebben, maar waarbij het instituut dat zij vertegenwoordigt groter is dan zij. Het was in de jaren tachtig niet hip om je als intellectueel bezig te houden met het koningshuis en de monarchie, dus heb ik juist voor dit onderzoek gekozen. Niet dat ik zo recalcitrant ben, maar het was terra incognita, onbekend terrein.” Paul Rem doet eerst, met toestemming van de koningin, onderzoek in het Koninklijk Huisarchief naar de ‘boeiende’ bouwgeschiedenis van Paleis Soestdijk. Daarna schrijft hij een nederige brief met het verzoek of hij, mocht er ooit gelegenheid zijn, een keer mag komen kijken in het paleis om de theorieën uit zijn onderzoek te staven. “Plotseling kreeg ik het bericht: ‘Morgen! De prinses (Juliana, red.) is dan in Keulen’. Geweldig, want vrijwel niemand was er ooit binnen geweest. Het werd een enorm vruchtbare dag en ik voel me dankbaar dat ik als onbekende student deze kans kreeg.” Paul Rem blijft bij de monarchie en uiteindelijk komen al zijn interesses samen in zijn werk als conservator in het voormalige Koninklijke paleis, dat sedert 1984 een museum is. “Ik ben geïnteresseerd in hoe families – het had ook een boerenfamilie kunnen zijn – onder bepaalde omstandigheden functioneren en de uiterlijkheden die daarbij horen. Daar reken ik ook de door het koningshuis steeds weer bevestigde tradities onder, want die zijn belangrijk voor de continuïteit. Ik heb gemerkt dat over alles is nagedacht.”

Geschiedenis
De conservator vindt het onbegrijpelijk als een bekende politica zegt dat ze niets om geschiedenis geeft. “Ze beseft niet dat alles wat zij vandaag doet, morgen geschiedenis is. Jaartallen zijn niet belangrijk, maar je moet je wel interesseren voor waar het allemaal vandaan komt. Anders ontken je je eigen achtergrond, identiteit en de cultuur van waaruit je alles doet. Zonder dat heeft niets zin en dan vlieg je doelloos rond.” Voor Rem geldt dat nog meer dan voor anderen. “Als conservator heb ik te maken met een historische collectie. Ik zou heel slecht zijn in mijn métier, als de achtergrond en de herkomst van de meubelen en attributen die ik wil laten zien mij niet zouden boeien. Eens in de zoveel tijd ga ik naar Paleis Noordeinde en neem ik in het archief allerlei oude rekeningen door. Aan de hand van nummers kan ik bijvoorbeeld een oude tafel terugvinden en uitzoeken in welke kamer die stond. Ook kan ik onderzoeken of de koning bepaalde spullen in zijn privé omgeving heeft gebruikt, of ze zijn smaak vertegenwoordigden of alleen maar door zijn intendant waren uitgezocht. Het is aan mij de collectie open te leggen en de voorwerpen te presenteren in een breder verband om zo de relevantie voor de huidige museumbezoeker te vergroten.”

Zilveren schaal
Paul Rem staat op, pakt wat papieren en foto’s en zegt: “We overwegen een zilveren schaal aan te kopen. In het Koninklijk Huisarchief zoek ik uit of het monogram met de letter A toebehoort aan prins Alexander, de tweede zoon van koning Willem III, of aan Anna Pauwlona, de echtgenote van koning Willem II. Aan de hand van het jaarmerk kan ik nagaan wanneer de schaal is gemaakt en ook de zilversmid heeft zijn merkje achtergelaten. Wanneer ik dat allemaal boven water heb gekregen vraag ik me af of de collectie voor Het Loo van belang is en vervolgens of de 400.000 bezoekers die ons jaarlijks bezoeken er blij van worden. Als een stuk alleen interessant is voor het depot, zeg ik niet doen! Wanneer ik die schaal nodig heb om te laten zien hoe de tafels waren gedekt tijdens Koninklijke diners en de prijs redelijk is zeg ik ja. Tenminste wanneer het object voldoet aan zo’n twintig condities. Het moet bijvoorbeeld oud-Oranjebezit zijn, ertoe doen, toepasbaar zijn en helpen een verhaal te vertellen. Ik reis als het ware met de teletijdmachine van Suske & Wiske terug naar die periode om zo dicht mogelijk bij de werkelijkheid te komen. Alles moet kloppen. Tot en met de menukaart aan toe. Het grappige is dat je dan bezoekers aantekeningen ziet maken en dat ze ideeën opdoen voor hun eigen diners thuis.” Het liefst toont Rem meubelen en toebehoren die echt op Het Loo zijn gebruikt. “Dat is ons uitgangspunt, maar hoewel hier een basis-zilverkamer was, gingen veel stukken heen en weer tussen de verschillende paleizen. Als een niet-geregistreerd object eraan bijdraagt dat bezoekers hun eigen maaltijden in relatie kunnen zien met de historische Koninklijke maaltijden, laten we het toch zien.”

Augusta Victoria
“Misschien dat we binnenkort meer met Duitsland gaan doen. Ik heb gezien dat Augusta Victoria, die als echtgenote van keizer Wilhelm II koningin van Pruisen en keizerin van het Duitse Rijk was, op 20 november 1907 op Het Loo een galadiner kreeg aangeboden. Dat is dan een mooie aanleiding de hofmaarschalk bij een volgend bezoek aan het archief te vragen of gegevens bewaard zijn gebleven, waaruit blijkt welk servies toen is gebruikt en of zij dat nog hebben. Daarna kijk ik of er genoeg bouwstenen zijn om bezoekers te laten zien hoe de tafel tijdens dat diner was gedekt en aan de hand van de meubelen in samenhang met de overige objecten te vertellen hoe het eraan toeging. Zo’n tentoonstelling kan een aanleiding zijn voor een groter verhaal over Duitsland, dat toen bestond uit allerlei koninkrijkjes en prinsdommen die onderdeel werden van het keizerrijk. Dat betekende dat als de koning van Saksen hier kwam dineren, er minder groots werd uitgepakt dan bij een bezoek van de keizer en de keizerin. Dan vind ik het interessant welke serviezen ze hadden. Ook via de tafeldecoratie werd diplomatie bedreven. De serviezen zullen ongetwijfeld Duits zijn geweest en waren misschien wel afkomstig van de Königliche Porzellan-Manufaktur in Berlijn.” Enthousiast als altijd vertelt Paul Rem dat niet alle exposities ver teruggaan in de tijd. Ook recente gebeurtenissen kunnen het onderwerp zijn. “In 2013 hebben we getoond hoe het diner er uitzag dat koningin Beatrix, op haar laatste dag in functie, heeft laten aanrichten in het Rijksmuseum. Zelfs de vloerbedekking uit het museum en ook de regalia, zoals de kroon en de jurk van koningin Maximá, zijn naar hier gehaald. Als Napoleon, Lodewijk XIV of Willem van Oranje vroeger een banket gaven mochten gewone mensen na afloop komen kijken. Het was te mooi om meteen af te ruimen. Dat was geen ogen uitsteken, men gunde hen een blik op wat zij anders nooit hadden kunnen zien.”

Naam
Paul Rem heeft naam en faam verworven met zijn werk, waardoor hij geregeld uitnodigingen krijgt mee te werken aan televisieprogramma’s om gebeurtenissen rond het Koninklijk Huis in historisch perspectief te zetten of voor het geven van lezingen en presentaties. “Het museum is een organisatie zonder winstoogmerk, dus extra publiciteit is meegenomen. Ik weiger echter aperte dingen te zeggen over de huidige Oranjes, want ik ben geen royalty watcher, maar het is fijn om aan de hand van objecten – naast de 3.000 meubelen zijn er tienduizenden stukken, variërend van vitrages en tapijten tot kussens en kamerschermen – bepaalde zaken uit te leggen. Op Het Loo, maar ook in mijn columns, waarin ik eveneens vaak voorwerpen van toen naar het nu breng. Het gaat erom wat mensen ermee deden en wat je er in deze tijd nog aan kunt hebben. Dat maakt verhalen en tentoonstellingen interessant.” Na ruim twintig jaar kent hij de collectie door en door en ziet en legt hij verbanden, die hij vroeger niet opmerkte. “Nu kan ik de beste beslissingen nemen. Als we een historische tafel reconstrueren, denk ik nu: mijn hemel, ik heb er ook geschenken bij die de keizerin gaf op de dag dat ze hier was. Dat maakt het allemaal nog veel aantrekkelijker en de bezoekers nog blijer.”

Magazine_2015_paul-rem_page2_image2Dr. Paul Rem studeerde Kunstgeschiedenis en Klassieke Archeologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en studeerde af op de verbouwing van Paleis Soestdijk in de periode 1815-1821. Hij promoveerde op zestiendeeeuwse kerkinterieurs in Dordrecht en Rotterdam na de Beeldenstorm. Als conservator bij Paleis Het Loo beheert hij sinds 1993 de deelcollectie kunstnijverheid: meubelen, verlichtingsornamenten, interieurtextiel, goud, zilver, sculpturen en klokken en organiseert hij tentoonstellingen. Rem is verder onder meer keurmeester meubelen van TEFAF Maastricht, auteur van diverse publicaties, deskundige in diverse televisieprogramma’s en enthousiast spreker.

Tekst: Jacques Geluk
Foto 1: Peggy Janssen
Foto 2: Paul Kramer

Met dank aan de Rijksvoorlichtingsdienst