Categorie archief: Media

Dr. Paul Rem is verhuisd naar ‘Het Manhattan van de 17e eeuw’…. Amsterdam

Apeldoorn zag onlangs een van haar (landelijk) bekend(st)e stadgenoten vertrekken. Kunsthistoricus en Koningshuisdeskundige Dr. Paul Rem verruilde met zijn vrouw Drs. Geertje Waanders in juni 2018 de Veluwe voor Amsterdam, het Manhattan van de 17e eeuw.

Geertje en Paul Rem zijn onlangs verhuisd naar wat ze zeggen ‘het Manhattan van de zeventiende eeuw.’ Een mooie omschrijving van de oude Amsterdamse binnenstad van voor de stadsuitbreiding. De huidige grachtengordel zat in die dagen nog in de pijplijn van in zwart fluweel gestoken investeerders. De Remmetjes gaan een nieuwe levensfase tegemoet. Ze woonden al eerder in Mokum. In de dagen dat ze studeerden aan de Vrije Universiteit (VU) en tijdens de eerste jaren van hun huwelijk. Ze zijn inmiddels 35 jaar samen waarvan 30 getrouwd. Paul schudt zijn hoofd als hij dat bij monde van Geertje verneemt. ,,Waar blijft de tijd.”

,,Een buitenkansje”, zegt Paul tevens  conservator van Het Loo, die een graag geziene gast is in uiteenlopende televisieprogramma’s. Dr. Rem, een specialist op het gebied van koningshuizen, mag dan verkassen, Paleis Het Loo blijft hij trouw. Volgens zijn vrouw Geertje tot aan zijn pensioen.

Dat buitenkansje waarover Paul Rem spreekt is een in 1644 gebouwde woning die een eeuw later van een gevel werd voorzien. ,,Wij huren het huis van Vereniging Hendrick de Keyser, die het enkele jaren geleden restaureerde.  ,,Een mooie historische woning , waar je ooit Rembrandt voorbij kon zien lopen”, zegt Paul met gevoel voor romantiek

Vlakbij het Centraal Station

“Ons nieuwe adres ligt vlakbij het Centraal Station”. Dat wordt dus sporen voor dr. Paul Rem, maar dat is de kunsthistoricus gewend. Regelmatig is hij voor zijn werkgever op pad met de trein. Paul en Geertje hebben 25 jaar in Apeldoorn gewoond.

Kunsthistorica Geertje Waanders is nog geen maand in haar nieuwe woning en nu  al samen met de ombudsman van Amsterdam actief om de binnenstad vooral ś avond veilig en zonder overlast te krijgen. Zie haar optreden in het NOS JOURNAAL

Verhuizen naar het Manhattan van de 17e eeuw….. Amsterdam

De telefoon gaat in huize Rem. Het verhuisbedrijf meldt zich. Er moet een tijdstip worden geprikt nu hun vertrek nadert. Geertje laat haar voorkeur weten. Op tafel staan appelflappen en koffiebroodjes. Een warm stel dat nu vlakbij de jongste dochter kan gaan wonen. En dat ook nog eens in een voor gewone stervelingen betaalbare huurwoning van de eerbiedwaardige Vereniging Hendrick de Keyser. ,,Een buitenkansje” menen Geertje en Paul.

Oudste dochter en haar gezin verhuizen toevalligerwijs ook. Van Groningen naar Zwolle. Tot grote tevredenheid van Paul en Geertje. ,,Groningen is best wel ver weg voor je gevoel”, zegt Paul, die sinds Apeldoorn Direct bekendmaakte dat ze uit Apeldoorn zouden vertrekken veel reacties heeft gekregen. ,,Ik denk dat iedereen het nu wel weet. ” Al voegt hij er meteen aan toe dat berichten soms slecht worden gelezen. Hij blijft immers Paleis Het Loo als conservator en boegbeeld trouw. Dat laatste is minder goed doorgedrongen. Paul gaat sporen. Het Centraal Station ligt op vijf minuten wandelen van zijn nieuwe woning (anno 1644). Daarnaast is Paul voor zijn werkgever vaak buiten de paleismuren actief.

Voor Geertje biedt de hoofdstad Amsterdam meer mogelijkheden dan Apeldoorn. Haar kansen op interessant werk in de cultuursector zijn groter dan op de Veluwe. Denk aan grote galeries en topbedrijven waaronder banken met een grote kunstcollectie en een hoofdkwartier in Amsterdam. Ze zou er graag met haar kunsthistorische kennis een bijdrage aan willen leveren. Jarenlang was ze als zzp’er verbonden aan het Kröller Müller Museum waar ze onder meer rondleidingen en kunstcolleges verzorgde. Ook CODA maakte korte tijd van haar diensten gebruik. Ze wil parttime blijven werken.

„Apeldoorn en CODA hebben met Wilhelminaring goud in handen”

In Apeldoorn was Geertje tot voor kort jurylid van de Wilhelminaring, de tweejaarlijkse oeuvreprijs voor een Nederlandse beeldhouwer. Apeldoorn heeft er zojuist een kunstwerk bij. Van de hand van Eja Siepman van den Berg. Wim Pijbes, de voormalige directeur van de Rotterdamse Kunsthal en ex-hoofdirecteur van Rijksmuseum mocht de nieuwe aanwinst in het Sprengenpark onthullen. We praten verder over die ring. In Apeldoorn ‘wereldberoemd’, daarbuiten aanzienlijk minder. Nog steeds wacht opdrachtgever Apeldoorn op de creatie van beeldhouwer Van Houwelingen. Het wil niet echt vlotten. Ooit werd de ring op Paleis Het Loo uitgereikt. CODA heeft deze taak overgenomen. Sindsdien is de belangstelling van de landelijke pers sterk afgenomen, alle goede bedoelingen van CODA ten spijt. Dat een andere winnaar (Auke de Vries) ooit aan Apeldoorn Direct verklaarde vóór zijn onderscheiding nog nooit van de Wilhelminaring te hebben gehoord wuiven ze weg. ,,Dat hoort nu eenmaal bij sommige kunstenaars. Die hebben het immers te druk met hun werk.” Maar Paul, die de museumwereld op zijn duimpje kent, zegt wel dat Apeldoorn en CODA met de Wilhelminaring goud in handen hebben. Ze moeten het alleen weten te verzilveren. Een kwestie van de juiste pr en goede marketing. Dat mag en moet in hun ogen beter.

Van public relations weet Paul Rem inmiddels veel. Hij maakte al eens deel uit van de pr-afdeling van Paleis Het Loo waar hij 25 jaar geleden in dienst trad. ,,Als conservator kreeg ik die pr erbij”, verduidelijkt hij. Zijn bazen wisten precies wat ze aan hem hadden. Maar zijn ster is pas echt gaan rijzen sinds de Oranjes aan populariteit gingen winnen. Daarvoor besteedde ‘Hilversum’ nauwelijks aandacht aan de glorie van de monarchie. Hoe anders is dat nu. Rem is het welbespraakte visitekaartje van Het Loo geworden. Zijn directeur Michel van Maarseveen weet hoe gemakkelijk Paul uit zijn woorden kan komen en niet van kleur verschiet als er voor de camera’s of microfoon onverwachte vragen op hem worden afgevuurd. Zonder de waarheid geweld aan de doen is hij een uitstekende ambassadeur van een museum dat jaarlijks 350.000 bezoekers (of wat meer) trok en dat is veel voor een museum buiten de randstad.

Hij is ook nu Het Loo drie jaar aan restauratie onderhevig is een graag geziene gast in medialand. Hij weet veel van de wereld van paleizen en hun bewoners. Op zich is dat niet zo verwonderlijk, want als jochie wist Paul al wat hij wilde: in een paleis wonen. Dat is niet helemaal gelukt, maar hij is toch aardig dicht in de buurt gekomen. Als student haalde hij zijn bul met een scriptie over Paleis Soestdijk. Hoogst ongebruikelijk in die dagen, bepaald niet sexy en naar de mening van een hoogleraar die hem begeleidde niet al te verstandig met het oog op zijn cv en een toekomstige baan. ,,Oranje? Koningshuizen? Het was toch een beetje operette in de wereld van de wetenschap.”

Maar Paul Rem heeft altijd zijn eigen lijnen uitgezet. Hij begon op de Mavo, klom op richting universiteit en eindigde zijn scholing als doctor in de letteren na een proefschrift over het interieur van zestiende-eeuwse kerken. Op de eerste dag als student in Amsterdam kwam hij in de lift van het universiteitsgebouw ene Geertje Waanders tegen. ,,Toen zei ik al tegen mijzelf: zij wordt mijn vrouw. Het was niet eens zozeer liefde op het eerste gezicht. Het was meer een diep gevoel, een heilig weten.”

Ook Geertje die bij haar grootvader liefdevol opgroeide was niet meteen van de kaart. Snel had ze in de gaten dat Paul hoge cijfers voor zijn tentamens scoorde. Ze vroeg om tips en zo begon het. ,,De knapste jongen van de klas, dat wel. Paul was een serieuze student die zijn studie kunstgeschiedenis in vier jaar afrondde. Ik had daar vijf jaar voor nodig.”

Pumps van Máxima

Ze trouwden kort nadat Geertje was afgestudeerd. Paul had een baan als wetenschappelijk medewerker aan de VU. Kinderen lieten niet lang op zich wachten, een diep gekoesterde wens van beide echtelieden. Het huisje in de Jordaan werd te klein en ze verhuisden naar Heiloo voordat Het Loo in zicht kwam. Dat gebeurde pas toen Paul, vergevorderd inmiddels, aan zijn promotie werkte. Niet meteen als conservator. Nee, hij mocht zich in de hoedanigheid van registrator met de collectiebeschrijving bezighouden. Zo’n 4500 meubelen passeerden op Het Loo de revue. ,,Een geweldige basis voor later. En mijn liefde voor meubelen was gewekt. Daar kan geen kroonluchter tegenop.”

Paul Rem werkte onder Ad Vliegenthart, de eerste directeur van het museum dat in 1984 na een grondige restauratie de deuren voor het publiek opende. Zijn opvolger meneer Ter Molen gaf de talentvolle Paul alle vrijheid om zich, naast collega-conservatoren, op de collectie te storen. Een lijn die door zijn opvolger Michel Maarseveen is doorgetrokken. Paul heeft het publiek niet alleen zien groeien, maar ook zien veranderen. De weduwensluier van Emma is al lang geen algemene gespreksstof meer, de huidige Loo-ganger is ook geïnteresseerd in de lengte van de hakken van de pumps van Máxima.

De Oranjes zijn meegegaan met hun tijd. ,,De familie treedt meer naar buiten”, zegt Paul netjes. Het is nog niet zo heel lang geleden dat tijdens de expositie over tien jaar aanwezigheid van Máxima in onze moerasdelta, Het Loo noch in woord noch in beeld enige aandacht besteedde aan haar bekendste uitspraak over een opmerking van haar echtgenoot: ,,een beetje dom”. Paul geeft onmiddellijk toe dat de tijden zijn veranderd. In die tijd was enige huiver op zijn plaats. Maar er zijn andere tijden aangebroken. Royalty is hot en het Oranje van Willem-Alexander en Máxima doet het beter dan het andere Oranje onder welke bondscoach ook.

Geertje Rem:

„Wat ik heb bereikt, heb ik op eigen kracht gedaan”

Paul wil die andere tijden ook na de restauratie van Het Loo ten paleize graag meemaken. Hij hengelt door zijn vertrek dan ook niet naar een andere baan. Hij is als adviseur verbonden aan de Hermitage en de Vereniging Rembrandt, ook andere musea doen wel eens een beroep op hem, maar ergens directeur worden ligt hem niet. Zelfs niet als de Hermitage het hem zou vragen? ,,Nee”, zegt hij resoluut. ,,Ik zou meteen zeggen: zoek verder en als ik jullie daarbij kan helpen, graag. Maar ik wil dicht bij mijn objecten blijven. Ik ben geen manager, het financiële aspect heeft niet mijn belangstelling en ik zou er niet aan moeten denken dat ik iemand zou moeten ontslaan om wat voor reden ook. Bovendien heb ik het reuze naar mijn zin op Het Loo. Ik heb een fantastische baan, geniet vrijheid en vertrouwen. Ik wil het wel volmaken daar. Als ze me tenminste willen houden.”

Zijn echtgenote heeft veel in zijn schaduw geleefd. ,,Paul mag dan veel meer bekendheid genieten en daar heb ik helemaal geen problemen mee, ik ben trots op mijn man. Maar we zijn altijd gelijkwaardig aan elkaar geweest. En wat ik heb bereikt, heb ik altijd op eigen kracht gedaan. Zo wil ik het ook graag blijven doen.”

De eerste verhuisdozen staan in de kamer. Het huis is verkocht, hun Amsterdamse woning is gerestaureerd. Het leven lacht het tweetal toe. Dat Paul voor de camera BBC-kwaliteit aan de dag legt is boven iedere twijfel verlegen. Niet iedereen is daar even gelukkig mee. Jaloezie ligt op de loer, zeker als je klassiek gekleed door het leven gaat en een bloem in je knoopsgat je aanzien extra cachet geeft.

Paul Rem:

„ik draag geen merkkleding”

Het predicaat ”dandy” komt ter sprake evenals zijn vermeende ijdelheid. Want wie regelmatig op tv komt, is als we gezaghebbende presentatoren mogen geloven van nature op z’n minst een tikkeltje ijdeltuit. Paul is resoluut. ,,Nee, ik ben niét ijdel. Van en kunsthistoricus mag worden verwacht dat hij enige smaakontwikkeling heeft doorgemaakt . Ik kleed me netjes, niet overdreven en poets mijn tanden. Merkkleding bijvoorbeeld draag ik niet. Daar wil ik het bij laten.”

Geertje knikt bevestigend. ,,Paul vertelt vanuit kennis van zaken. Als het moet kan hij heel kort en bondig zijn. De waardering die hij meestal krijgt is terecht. Met kritiek van anderen moet je leren leven. Ik maak zelden mee dat ik geïnterviewd wordt. Maar ook ik ben een bevoorrecht mens. Ik heb het in mijn jeugd niet altijd gemakkelijk gehad, maar ik ben wel opgegroeid tussen de mooie schilderijen van mijn grootvader en later heb ik in Kröller-Müller mijn werk mogen doen tussen de Picasso’s, Monets en Seurats. Omringd door de allerbesten en een prachtige natuur. Over hetgeen we meemaken hebben we thuis dan weer leuke discussies.”

Nog even en dan is thuis Amsterdam. Over Apeldoorn zijn ze vol lof. Ook al dringt hier alles ongeveer een halve eeuw later door dan in de randstad. Zo ook de waarde van een cameragenieke presentator als Paul Rem. Paul was enige jaren geleden de anchorman in een door de gemeente Den Haag geïnitieerde documentaire over sporen van de Oranjes in de Hofstad. Na eerst in een Haagse bioscoop te zijn vertoond, volgde de publieke omroep al snel: prime time. Een geweldige reclame voor Den Haag, dat weliswaar meer paleizen heeft dan Apeldoorn, maar niet eentje die je als dagjesmens tegen betaling mag betreden. En wat die koninklijke sporen betreft: In de gemeente Apeldoorn struikel je daarover. Toch kwam de Apeldoornse versie van ‘Sporen van Oranje’ met Paul als verteller nooit. Hij wilde wel, wethouder Prinsen had er ook wel oren naar maar uiteindelijk bleef het scenario ergens in een la van de inmiddels naar elders uitgeweken wethouder liggen. Te weinig animo vanuit het bedrijfsleven en te weinig burgerinitiatief, luidde de slappe smoes destijds bij monde van de gemeentevoorlichter. Twee keer was de theaterzaal van Gigant uitverkocht toen de Haagse film werd vertoond. En Paul was daarbij persoonlijk aanwezig. Apeldoorn op zijn smalst. En dan te bedenken dat Paul vaak in het Apeldoornse kunstwereldje zijn gezicht liet zien. Een opening van Apeldoornse kunstenaars? Paul Rem was er vaak bij.

Paul en Geertje glimlachen. Ze zeggen dankbaar en weemoedig te zijn. Ze laten zich weliswaar positief uit over Apeldoorn, maar ze richten zich op Amsterdam. ,,In die mooie historische woning , waar je ooit Rembrandt voorbij kon zien lopen”, zegt Paul met gevoel voor romantiek. Twijfel past niet bij die nieuwe levensfase. Zelfs niet als Geertje een baan als directeur van CODA zou worden aangeboden met de bepaling dat ze dan wel in Apeldoorn moet komen wonen. Geen denken aan. Van Reekum Museum, een jaartje CODA, jaren Kröller-Müller: het tijdperk Apeldoorn is voorbij. Amsterdam is in beeld. Betaalbaar wonen in een wereldstad. Geef ze eens ongelijk.

Vereniging Hendrick de Keyser zet zich in voor het behoud van architectonisch of historisch belangrijke gebouwen en hun interieur. De Vereniging doet dit door panden te verwerven, en ze vervolgens te restaureren en te verhuren. Eenmaal verworven panden worden nooit meer afgestaan.

Bron: Apeldoorn Direct, David Levi

Een nieuw (Oranje) jaar

Prinses Margriet en Pieter van Vollenhoven

Het is duidelijk dat 2017 ook weer een druk Oranje-jaar gaat worden. Oud-koningin Beatrix zal haar 79ste verjaardag vieren en prinses Christina wordt 70 jaar. Dit jaar is ook een ‘kroonjaar’ voor de Koning, die 50 zal worden. Evenementen die in meer of mindere mate aantrekkingskracht uitoefenen op de media.

Genoeglijk voor de buis

Op 10 januari stonden prinses Margriet en de heer Van Vollenhoven stil bij het feit dat zij 50 jaar tevoren trouwden in Den Haag. En dat is een mijlpaal, of een bruidspaar nu van koninklijken bloede is of niet. Tót de trouwdag van haar neef Willem-Alexander, op 2 februari 2002, was de bruiloft van prinses Margriet de best bekeken tv-uitzending in ons land. In de jaren 60 was het tv-toestel op grote schaal de Nederlandse huiskamers binnengedrongen. Dinsdag 10 januari 1967 was een gure dag met veel wind, bij een temperatuur die de 2 graden amper haalde. Hoewel oude beelden bewijzen dat het best druk was aan de route, zaten de meeste Nederlanders genoeglijk voor de buis.

Gala-Glasberline

Margriet en Pieter maakten de rit in de ‘Gala-Glasberline’, een rijtuig dat we niet moeten verwarren met de Glazen Koets, die de Koning vorig jaar voor het eerst gebruikte voor zijn tocht naar de Ridderzaal. Margriets bruidskoets is bekend geworden omdat zij en haar man er elk jaar op Prinsjesdag mee naar het Binnenhof reden. Nu wordt hij jaarlijks gebruikt door prins Constantijn en zijn echtgenote. Maar een bruidskoets, dat blijft de Gala-Glasberline! In 1836 werd hij door de latere koning Willem II besteld in Londen. Dit type rijtuig, bedoeld voor ritten in de stad, werd vernoemd naar de stad Berlijn. Maar in zo’n ‘berline’ zie je geen bruidspaar, omdat de zijpanelen altijd dicht zijn. Alleen de beide deurtjes hebben een raampje. Gelukkig werden de dichte panelen in opdracht van koningin Juliana vervangen door glas, zodat de prinses en haar bruidegom naar hartenlust terug konden wuiven, tijdens de kille tocht van het Huis ten Bosch naar het stadhuis en de Jacobskerk, en weer terug.

glasberline

1967 Huwelijk van prinses Margriet en mr. Pieter van Vollenhoven. Het bruidspaar in de gala glasberline op de Vijverdam, op weg naar de Grote Kerk, 1967 I 70, QAG,Koninklijk huis.

De Stallen van Paleis Het Loo

Voor de gelegenheid staat de Gala-Glasberline in de Stallen van Paleis Het Loo, te midden van enkele andere koninklijke ‘berlines’. Maar de huwelijkskoets van Margriet en Pieter is toch wel de mooiste! Als je er maar even voor staat, tel je op je gemak 25 kroontjes. Ze zijn geschilderd op de donkerrood gelakte kast, in messing gegoten op de handgrepen, als ornamenten op de bovenhoeken geplaatst en ze bekronen de 4 mooie lantaarns. Is het portier open, dan klap je in één beweging het opvouwbare trapje uit. Binnen is de koets helemaal bekleed met rood laken, zelfs het plafond. Het deurtje is maar heel nauw en je bedenkt je hoe dat voor de jonge bruid is geweest, met die 5 meter lange sleep van zware zijde en de camera’s op je gericht…

Tijd voor MAX te gast op Paleis Het Loo

Paul Rem ontvangt ‘Tijd voor MAX’ op Paleis Het Loo in een van de prachtigste tuinen van Europa.

De volgende 5 video’s zijn samenvattingen waarin met name Paul Rem de bijzondere koninklijke locatie belicht.

MAANDAG – 12 September 2016

Elke dag schuift Paul Rem aan de tafel aan om interessante wetenswaardigheden over het paleis te vertellen


DINSDAG – Delfts blauwe vazen

Paul Rem komt vertellen over scherven van Delfts blauwe vazen die in de tuin gevonden zijn


WOENSDAG – Cadeau van Hendrik voor Wilhelmina

Paul Rem vertelt ons over een romantisch cadeau dat Wilhelmina voor haar 24e verjaardag kreeg van haar echtgenoot prins Hendrik


DONDERDAG – Bloemen in Paleistuin

Paul Rem praat ons bij over de verschillende bloemen die gekweekt worden in de tuinen


VRIJDAG – Wilhelmina, liefde voor margrieten

Paul Rem, conservator van Paleis Het Loo, is er voor de laatste keer bij. Hij vertelt over Wilhelmina die een grote liefde had voor margrieten


WEEK 12 t/m 16 september – The making off ‘Tijd voor Max op Het Loo”

tijdvoormax-paleishetloo

Paleis het Loo in Apeldoorn. (Foto: Rob Voss - www.robvoss.nl)
Paleis Het Loo in Apeldoorn. (Foto: Rob Voss – www.robvoss.nl)

Paul Rem opent Kaasmarkt Edam

De opening en sluiting van de marktdag op de Edamse Kaasmarkt vindt plaats door het luiden van een bel. Dit luiden wordt in het algemeen gedaan door een prominente gast uit binnen- of buitenland, zoals leden van de eerste of tweede kamer, ministers en anderen die zich op een of andere wijze verdienstelijk hebben gemaakt. Ditmaal was het de beurt aan Paul Rem, hij was eregast op woensdag 17 augustus 2016.

Edam-kaasmarkt-PaulRem-3
Paul Rem met zijn vrouw Geertje Waanders (links)

Edam-kaasmarkt-PaulRem-2

WhatsApp Image 2016-08-17 at 15.45.47

Edam-kaasmarkt-PaulRem-1
Paul Rem eregast op Kaasmarkt Edam

kaasmarkt-edam-17082016-90-1030x689 kaasmarkt-edam-17082016-91-1030x689 kaasmarkt-edam-17082016-96-1030x689 kaasmarkt-edam-17082016-70-495x400

Conservator in het groen

Door zijn optredens in de media is Paul Rem, Conservator bij Paleis Het Loo, een zichtbare figuur. Tijd voor een gesprek in de Eigen! met een opvallende Apeldoorner.

Eigen_PaulRem2015

 

Een opvallende Apeldoorner! Geen behoefte om je te vestigen in Hilversum? Of in ‘cultuurmekka’ Amsterdam?
“In Hilversum kom ik maar heel weinig. Amsterdam is een heerlijke stad, waar ik jaren heb gewoond. Maar ik woon nu al meer dan 22 jaar in Apeldoorn. Zo lang werk ik ook voor Paleis Het Loo. Hoewel sommige collega’s op ruime afstand van hun werk wonen, pluk ik de vruchten van het wonen hier. Rust, ruimte, groen en overzichtelijkheid zijn de woorden die in me opkomen als ik aan Apeldoorn denk. De natuur is hier overweldigend en voor een bruisende metropool hoef je maar een uur te reizen.”

Een vraag die bij velen leeft is: wat dóet een conservator in vredesnaam?
“Als conservator beheer je een collectie. Die van Het Loo is zo divers en omvangrijk dat we met z’n achten zijn. Iedere conservator heeft zijn eigen specialisme. Ik houd mij bezig met meubelen, klokken, beeldhouwkunst, zilver en goud, maar ook speelgoed of de tientallen siermanden die aan koningin Wilhelmina werden aangeboden als ze jarig was. Duizenden objecten, kostbaar en niet kostbaar, maar altijd met een verhaal, met een link naar het verleden. Je doet onderzoek naar je stukken, want pas als je de geschiedenis van je items kent, gaan ze ‘leven’, krijgen ze een grotere betekenis.”

Bestaat daar een opleiding voor?
“De laatste jaren wel, maar ik heb nog `gewoon’ kunstgeschiedenis gestudeerd. Daarna ben ik gepromoveerd op een onderwerp dat niets met een paleis of een museum te maken heeft. En zoals vaak met een studie of opleiding: je leert het pas door het te doen. In een museum gaat het er bovendien om dat je een gevoel voor die objecten ontwikkelt. Fascinatie is een belangrijke drijfveer voor een conservator, maar je doet het nooit voor jezelf. Je beheert een collectie uit naam van de gemeenschap. Behouden en doorgeven zijn dus belangrijk, maar als museumman ben je ook verplicht iets met je collectie te doen. Onderzoek doen is dan van essentieel belang. Ik ga regelmatig naar het Koninklijk Huisarchief op het Noordeinde in Den Haag, waar een groot deel van de administratie ligt van wat vroeger door de koninklijke familie werd aangeschaft. Een enorme bron van gegevens over ‘jouw’ voorwerpen!”

Eigen
“Rust, ruimte, groen en overzichtelijkheid zijn de woorden die in me opkomen als ik aan Apeldoorn denk”

Je treedt op in tv-programma’s. Hoort dat bij je werk als conservator?
“Op Het Loo ben ik aangesteld als woordvoerder voor de collectie en tentoonstellingen. Het Loo is een groot museum met nationale, zelfs internationale allure. De barokke tuinen zijn uniek in schaal en schoonheid. Onze tentoonstellingen spreken een groot publiek aan en natuurlijk is er het royalty aspect. Dat trekt de aandacht van de media. Het is een dankbare taak je museum voor het voetlicht te kunnen brengen. Er is behoefte aan ‘verhalen’ en Het Loo loopt ervan over! In de jaren negentig heb ik enkele jaren, naast mijn conservatorschap, de pr-afdeling van het paleis gerund. Ik begreep vanaf toen dat de reikwijdte van tv enorm is. Op één moment kun je een gigantisch publiek bereiken. Door regelmatig te verschijnen in programma’s als ‘Blauw Bloed’, ‘Tijd voor MAX’, ‘RTL late Night’ speel je je museum enorm in de kaart. Maar ik ben in de eerste plaats conservator. Je hebt pas iets te vertellen als je iets ook wéét. Hoe kort en aantrekkelijk een oneliner, een quote of een soundbite ook is, het gaat om de inhoud en niet om de smakelijke verpakking. Maar je moet wel driehonderd jaar Oranjegeschiedenis in twee zinnen kunnen vertellen. Nou, dat kan ik dus.”

Naast je werk op Het Loo ben je betrokken bij het maken van documentaires. Bij welke ligt je hart?
“De tv-serie ‘Drie Koningen van Oranje’ vond ik bijzonder omdat het lukte een drietal relatief onbekende mannen uit de egde eeuw tot leven te wekken. Heel persoonlijk was natuurlijk de film over Jan Rem, een verre verwant van me die soldaat was in de Slag bij Waterloo. Met zijn verslag van de strijd in de hand probeer ik me een idee te vormen over de vreselijke dingen die hij heeft meegemaakt en met hem zoveel andere dappere soldaten. Nu eens geen betoog van Napoleon, maar een persoonlijk relaas van een gewone Hollandse jongen. Dat kwam wel bij me binnen. Zonder meer trots ben ik op de documentaire die ik van NTR mocht maken over de spectaculaire kunstverzameling van koning Willem II, die bij zijn dood in 1849 voor ons land verloren ging. Zo zonde, al die Rembrandts, Spaanse meesters en Vlaamse Primitieven die zonder protest ons land verlieten…” «

Tekst: Geertje Waanders
Fotografie: Carel Schutte
Productie: Eigen! december 2015

Vorstelijke vondst: Wierda Reddingsklos

Langzaamaan lijkt het schaatsweer er aan te komen (7 januari 2016). En wat dat betreft zijn de Oranjes oer-Hollands. Als het maar even kon en kan staan ze op de schaatsen. Maar er gebeuren ook ongelukken op het ijs. Daarbij moest de Wierda’s Reddingsklos hulp bieden.

Oranjes en schaatsen

Zowel de koningin Wilhelmina als Juliana leerden al vroeg schaatsen. Wilhelmina, aangemoedigd door moeder Emma die zelf ook graag schaatste, deed dit op een speciaal voor haar gereserveerde ijsbaan met zilveren schaatsen. Juliana schaatste op een algemene ijsbaan en in het bijzijn van hovelingen. Later, eind jaren 1930, was de Haagse IJsclub een favoriete plek om te zwieren voor de Oranjes. De Nederlandse Schaatsrijdersbond werd toen zelfs ‘Koninklijk’. Ook de generaties daarna zijn fanatieke schaatsers. Koning Willem-Alexander heeft als ‘W.A. van Buren’ in 1986 de Elfstedentocht uitgereden en in 2001 vroeg hij Máxima Zorreguieta ten huwelijk op de bevroren vijver van Paleis Huis ten Bosch, waar zij schaatsen leerde.

De Wierda’s Reddings-klos

Maar er gebeuren ook veel ongelukken op het ijs. In Friesland deed ijsmeester en schaatsontwerper Ubel Wierda een handige uitvinding: een reddingsklos die nog steeds wordt gebruikt bij opleidingen van reddingsbrigades. De ‘Wierda’s Redding-klos voor Drenkelingen’ is een beukenhouten klosje met een lijn van tien meter. Het hout is hetzelfde materiaal als waarvan de schaatsen worden gemaakt in de schaatsfabriek in Akkrum.

Redden of gered worden

Prins Hendrik kreeg in 1909 zo’n klos aangeboden die in het bezit is van Paleis Het Loo. Een tweede is nog in koninklijk bezit. Deze klos had koningin Wilhelmina altijd bij zich in haar handtas. Een vorstin wil immers het goede voor haar volk? Dan moet je ook mensen kunnen redden. Misschien is het anders en wilde ze zélf gered worden. Wilhelmina was panisch om te verdrinken, zeker in de begintijd van de auto waar ze vanaf 1904 gebruik van maakte. Er was in de familie een angstwekkend voorbeeld, want in de zomer van 1711 was prins Johan Willem Friso verdronken bij de Moerdijk, tijdens een overtocht. Hij probeerde nog de mast te grijpen maar het vaartuig ging ten onder en niemand had een reddingsklos bij zich…

Conservator van Paleis Het Loo Paul Rem is regelmatig te gast in Tijd voor MAX met een vorstelijke vondst.

Bron: Omroep MAX

De mooiste nieuwsfoto’s van 2015 uit Apeldoorn

Ook deze foto met Paul Rem (fotograaf Pim Velthuizen), behoort tot de categorie ‘mooiste foto’s van 2015 uit Apeldoorn’ volgens de fotografen van De Stentor

Paul Rem, conservator van Paleis het Loo laat aan de bezoekers zien wat er zo al aan de Gouden Koets mankeert en wat in de komende 4 jaar hersteld zal gaan worden. Hij laat hier het trapje zien die ook wat defecten vertoond. De Gouden Koets stond eind augustus op Paleis het Loo voor dat deze voor 4 jaar niet meer te zien was i.v.m. een grondige restauratie. © Pim Velthuizen
Paul Rem, conservator van Paleis het Loo laat aan de bezoekers zien wat er zo al aan de Gouden Koets mankeert en wat in de komende 4 jaar hersteld zal gaan worden. Hij laat hier het trapje zien die ook wat defecten vertoond. De Gouden Koets stond eind augustus op Paleis het Loo voor dat deze voor 4 jaar niet meer te zien was i.v.m. een grondige restauratie. © Pim Velthuizen

Jubileum in Kroondomeinen

logo-EchoputAl zestig jaar is restaurant De Echoput een begrip in ons land als het gaat om stijlvol wild eten. De familie Klosse, die er drie generaties aan het roer staat, vierde de zestigste verjaardag met een diner voor trouwe relaties, met als stralend middelpunt prinses Margriet en prof. mr. Pieter van Vollenhoven.

De Echoput ligt in de Kroondomeinen van Paleis Het Loo, waar prinses Margriet en prof. mr. Pieter wonen, te midden van 11.000 hectare bos en hei. Een natuurgebied vol edelherten, wilde zwijnen en reeën. Het hotel-restaurant dankt zijn naam aan de historische waterput die op deze plek in 1809 is gegraven op last van koning Lodewijk Napoleon. De put is nu een nationaal monument.

V.l.n.r. smaakprofessor Peter Klosse, prinses Margriet, moeder Tineke Klosse, zoon Karel Klosse en mr. Pieter van Vollenhoven.
V.l.n.r. smaakprofessor Peter Klosse, prinses Margriet, moeder Tineke Klosse, zoon Karel Klosse en mr. Pieter van Vollenhoven.

Van Paleis Het Loo was ook curator Paul Rem aanwezig vergezeld door zijn vrouw en kunsthistorica Geertje Waanders. „De kerstexpositie op het paleis staat dit jaar in het teken van prinses Margriet”, vertelde Paul Rem. „Zij heeft daarvoor persoonlijke bezittingen uitgeleend, zoals haar trouwjurk en het uniform van Pieter. Daar komt echt veel publiek op af”. Geertje Waanders leidt, als kunstkenner bij uitstek, regelmatig gasten van De Echoput rond langs de bijzondere Van Gogh collectie in museum KröllerMüller.

Interieurontwerper Frans Drupsteen (l) met kunsthistorica Geertje Waanders en haar man Paul Rem, conservator Paleis Het Loo.
Interieurontwerper Frans Drupsteen (l) met kunsthistorica Geertje Waanders en haar man Paul Rem, conservator Paleis Het Loo.

Grondlegger van De Echoput was Jaap Klosse, die in 2008 overleed. Zijn echtgenote Tineke haalde tijdens het diner herinneringen op: „Wij werkten samen bij hotel De Keizerskroon in Apeldoorn van Jo van Eenennaam, toen we op deze locatie werden geattendeerd.” De gasten, onder wie oud-hofmaarschalk Hans van Eenennaam (de zoon van Jo), Hanos-oprichters Jan en Ria van der Horst en de burgemeester van Apeldoorn John Berends kregen tussen de gangen door filmpjes te zien uit het Echoput-verleden.

V.l.n.r. belastingexpert Arnold de Bruijn, Hanos-oprichters Jan en Ria van der Horst en burgemeester John Berends van Apeldoorn.
V.l.n.r. belastingexpert Arnold de Bruijn, Hanos-oprichters Jan en Ria van der Horst en burgemeester John Berends van Apeldoorn.

Zo zag je kinderen die voor een dubbeltje in de put mochten roepen en daarna een glas limonade kregen met een gevulde koek. „Ik dacht even de stem van Jaap te horen”, sprak Tineke ontroerd, toen de voice-over op de filmpjes van haar zoon Peter bleek te zijn. Smaakprofessor Peter Klosse – hij promoveerde in 2004 aan de Universiteit van Maastricht op de smaakstijlentheorie – en zijn zoon Karel hadden de films laten maken door Robbert Wilts van mediabedrijf Postlounge, „om een link te leggen tussen toen en nu.”

Die link was er ook op het bord. Zo was er een eigentijdse versie van de beroemde Champignons Dordogne, die Klosse ooit van de kaart had gehaald, maar na hevig protest van vaste gasten haastig terugzette. Bob Bron van Moët Hennessy Nederland zorgde daarbij voor een glas champagne Krug Grande Cuvée. „Krug gaat ook met zijn tijd mee”, vertelde hij. „Er is nu een Krug-app, als je daarin het nummer van de fles intoetst, krijg je alle informatie.”
Daarna volgden uiteraard diverse wildgerechten zoals wildzwijnsnek met pompoen, fazant met zuurkool en hertenkalf met rode kool en koolrabi, met daarbij een speciaal door Peter Klosse geassembleerde Echoput Jubileumwijn.

Prachtige gerechten van chef-kok Peter Paul van den Breemen, hoewel De Echoput sinds vorig jaar geen Michelinster meer heeft. Het dessert was heel bijzonder: bereid met wortel en zonder suiker. „Dat is de toekomst”, voorspelde Peter. Hij hoorde hoofdschuddend aan dat premier Mark Rutte tijdens het EU-voorzitterschap van Nederland vanaf 1 januari 2016 de internationale gasten ’Hollandse pot’ wil voorschotelen, zoals snert en boerenkool. „Dat is lekker na een dag schaatsen. Na een dag vergaderen mag het wel iets verfijnder zijn. Laat Mark mij maar bellen.”

Een dieptepunt in de geschiedenis van De Echoput was de grote brand van 1960 die het hele bedrijf in de as legde. Bij de heropening kregen Jaap en Tineke Klosse een zwijnenkop cadeau voor aan de wand. Toen Karel Klosse het imposante beest erbij haalde, riep prinses Margriet verrast uit: „Maar dat is onze Faroek, die heb ik al die jaren niet meer gezien!” Het wilde zwijn Faroek bleek tijdens zijn leven regelmatig rond te scharrelen in de tuin van Het Loo. Koningin Wilhelmina en haar kleindochter Margriet voerden het dier daar hoogstpersoonlijk bij. Een bijzonder weerzien…

Bob Bron van Moët Hennessy Nederland (l.), gastvrouw Carla Klosse en Lodewijk van der Grinten van KHN.
Bob Bron van Moët Hennessy Nederland (l.), gastvrouw Carla Klosse en Lodewijk van der Grinten van KHN.

Fotografie: Anko Stoffels
Bron: Telegraaf